“Het is waarschijnlijk PDS. Je zult ermee moeten leren leven.”
Het is een zin die ik regelmatig terug hoor van mensen die bij mij in de praktijk komen. Vaak lopen ze dan al langere tijd rond met buikpijn, een opgeblazen gevoel, diarree, obstipatie of een ontlasting die voortdurend wisselt.
En meestal hebben ze zelf ook al van alles geprobeerd. Minder gluten, geen zuivel, extra vezels, probiotica, koolhydraatarm of misschien zelfs een streng FODMAP-dieet. Het ene helpt even, het andere helemaal niet en ondertussen wordt de lijst met voedingsmiddelen die ze liever niet meer eten steeds langer.
Maar wat betekent de diagnose prikkelbare darm syndroom (PDS) eigenlijk? Kun je er iets aan doen? En wanneer is het verstandig om toch nog eens verder te kijken?
PDS is meer dan een ‘gevoelige buik’
PDS is een erkende aandoening waarbij de communicatie tussen de darmen en hersenen een belangrijke rol speelt. Ook de beweging van de darmen en een verhoogde gevoeligheid voor prikkels kunnen bijdragen aan de klachten.
Dat laatste is interessant. Een hoeveelheid gas of rek in de darm die de ene persoon nauwelijks opmerkt, kan bij iemand met PDS veel meer pijn, druk of een opgeblazen gevoel veroorzaken.
De klachten kunnen behoorlijk verschillen. Buikpijn in combinatie met veranderingen in de ontlasting staat centraal, maar ook een opgeblazen gevoel, winderigheid, diarree, obstipatie of een combinatie daarvan komen veel voor.
En nee, dat betekent niet dat het “tussen je oren zit”. De darm-hersenas werkt twee kanten op. Stress kan darmklachten beïnvloeden en darmklachten kunnen op hun beurt weer stress veroorzaken.
Dezelfde klachten kunnen verschillende verklaringen hebben
En hier wordt het interessant.
Een opgeblazen buik is geen diagnose. Diarree is geen diagnose. Buikpijn is geen diagnose.
Het zijn signalen.
Bij de één passen die signalen heel goed bij PDS. Bij een ander kan er aanleiding zijn om eerst iets anders uit te sluiten of verder te onderzoeken.
Bij klachten die op PDS lijken kan afhankelijk van het klachtenpatroon bijvoorbeeld onderzoek naar coeliakie of ontsteking aangewezen zijn. Het is daarom niet de bedoeling om zonder aanleiding ieder denkbaar onderzoek te doen, maar ook niet om ieder darmprobleem automatisch onder PDS te scharen.
Daarom vind ik de vraag “Heb ik PDS?” soms minder interessant dan:
“Past mijn totale klachtenbeeld bij PDS en is er reden om ergens verder naar te kijken?”
Je ontlasting vertelt meer dan alleen hoe vaak je naar het toilet gaat
Tijdens een intake vraag ik behoorlijk uitgebreid naar ontlasting. En ja, daar worden we bij mij in de praktijk gewoon heel concreet over. 😉
Hoe vaak ga je? Is de ontlasting hard of juist waterdun? Moet je persen? Heb je het gevoel dat je volledig leeg bent? Blijft je ontlasting regelmatig plakken? Is deze opvallend vettig of moeilijk door te spoelen? Zie je slijm? Is de kleur veranderd? Heb je vaak aandrang?
Eén afwijkende ontlasting betekent natuurlijk niet meteen dat er iets mis is. Je ontlasting mag van dag tot dag verschillen.
Het wordt vooral interessant wanneer bepaalde kenmerken langere tijd terugkomen én samengaan met andere klachten.
Het patroon vertelt vaak meer dan één toiletbezoek.
Voeding kan klachten geven zonder dat een voedingsmiddel ‘slecht’ is
Als je iedere keer buikpijn krijgt na het eten, is het logisch dat je gaat zoeken naar de boosdoener.
“Misschien kan ik niet tegen gluten.”
“Volgens mij is het zuivel.”
“Van peulvruchten krijg ik een opgeblazen buik, dus die eet ik niet meer.”
Voor je het weet, wordt je voedingspatroon steeds beperkter.
Maar klachten na een voedingsmiddel betekenen niet automatisch dat je intolerant bent voor dat voedingsmiddel.
De hoeveelheid kan uitmaken. De combinatie met andere voedingsmiddelen kan uitmaken. De hoeveelheid vezels die je gewend bent kan meespelen. En bepaalde fermenteerbare koolhydraten kunnen bij mensen met PDS voor meer gas, vocht in de darm en klachten zorgen.
Daarom probeer ik liever eerst te begrijpen waarom iemand reageert voordat we allerlei gezonde voedingsmiddelen definitief gaan schrappen.
Wat kun je bij PDS zelf doen?
Ook wanneer de diagnose PDS wél goed past, betekent dat gelukkig niet dat je niets meer kunt doen.
Er bestaat alleen geen standaard PDS-dieet dat voor iedereen werkt. De kunst is om te ontdekken welke factoren jouw klachten beïnvloeden.
Begin bijvoorbeeld eens bij je eetritme. Regelmatig eten, rustig de tijd nemen voor een maaltijd en niet steeds lange periodes zonder eten afwisselen met grote maaltijden kan helpen om meer rust te creëren.
Kijk daarnaast kritisch naar je vezels. “Meer vezels” is bij PDS niet automatisch beter. Vooral oplosbare vezels, zoals psyllium, kunnen nuttig zijn, terwijl grote hoeveelheden grove, onoplosbare vezels zoals zemelen klachten juist kunnen versterken. Bouw vezels bovendien rustig op en kijk hoe je lichaam reageert.
Ook beweging hoort wat mij betreft bij darmtherapie. Je hoeft daarvoor echt niet dagelijks intensief te sporten. Wandelen en regelmatig bewegen gedurende de dag zijn al waardevol. Richtlijnen adviseren mensen met PDS die weinig actief zijn om hun beweging te verhogen.
Bij aanhoudende klachten kan onder begeleiding van een gespecialiseerde diëtist ook tijdelijk een low-FODMAP-aanpak worden geprobeerd. Dat is wat mij betreft nadrukkelijk geen dieet om jarenlang zo streng mogelijk te volgen. Het doel is klachten verminderen, vervolgens producten opnieuw introduceren en uiteindelijk een zo gevarieerd mogelijk voedingspatroon overhouden.
En vergeet de darm-hersenas niet. Ontspanning, slaap en stressregulatie kunnen onderdeel zijn van de behandeling. Bij hardnekkige PDS-klachten bestaan daarnaast specifieke psychologische behandelingen, waaronder cognitieve gedragstherapie en hypnotherapie. Dat betekent opnieuw niet dat klachten psychisch zijn; deze behandelingen grijpen juist aan op de wisselwerking tussen hersenen en darmen.
Afhankelijk van de klachten zijn er daarnaast medicamenteuze mogelijkheden. Denk bijvoorbeeld aan middelen gericht op darmkrampen, obstipatie of diarree. Ook pepermuntolie wordt in sommige richtlijnen genoemd voor verbetering van algemene PDS-klachten, al is de kwaliteit van het bewijs daarvoor beperkt. Bespreek medicatie altijd met arts of apotheker.
Het belangrijkste is dus: behandel PDS niet als één probleem met één oplossing. Iemand met voornamelijk obstipatie heeft waarschijnlijk iets anders nodig dan iemand die na iedere maaltijd diarree krijgt.
Wanneer is het verstandig om verder te kijken?
Niet iedereen met PDS-klachten heeft uitgebreid onderzoek nodig.
Wanneer het klachtenpatroon duidelijk bij PDS past, passend basisonderzoek is gedaan en er geen alarmsignalen zijn, is eindeloos blijven testen meestal niet de beste volgende stap.
Maar er zijn situaties waarin verder onderzoek wél belangrijk is.
Denk bijvoorbeeld aan bloed bij de ontlasting, onbedoeld gewichtsverlies, nachtelijke klachten, aanhoudende ernstige diarree, afwijkende bloedwaarden of klachten die duidelijk veranderen of toenemen. Dan is overleg met huisarts of MDL-arts belangrijk.
En er is nog een groep die ik regelmatig in mijn praktijk zie: mensen zonder duidelijke alarmsignalen die al langere tijd van alles geprobeerd hebben, maar bij wie de klachten nauwelijks veranderen.
Dan vind ik het zinvol om opnieuw naar het totaalplaatje te kijken.
Wat is er al onderzocht? Hoe ziet de ontlasting eruit? Wat wordt er gegeten? Is er obstipatie die misschien onderschat wordt? Zijn er aanwijzingen dat de vertering niet optimaal verloopt? Welke medicatie en supplementen worden gebruikt? En past het klachtenpatroon eigenlijk nog steeds goed bij PDS?
En hoe zit het met ontlastingsonderzoek?
Ik werk in mijn praktijk ook met ontlastingsonderzoek, maar dat betekent niet dat iedereen met PDS een uitgebreid ontlastingsonderzoek nodig heeft.
Een onderzoek moet een duidelijke vraag beantwoorden.
Afhankelijk van het onderzoek kan bijvoorbeeld gekeken worden naar specifieke ziekteverwekkers, ontstekingsmarkers of bepaalde aspecten van de spijsvertering. Andere vragen worden juist beter beantwoord met bloedonderzoek of onderzoek via de huisarts of MDL-arts.
En belangrijk: een afwijkende waarde in een ontlastingsonderzoek is niet automatisch dé oorzaak van je klachten.
Daarom hoort diagnostiek voor mij altijd bij het totale verhaal van de persoon die tegenover me zit.
Wat kun je zelf alvast doen?
Voordat je allerlei voedingsmiddelen gaat schrappen of supplementen gaat bestellen, kun je veel leren door een tijdje goed te observeren.
Kijk eens wanneer je klachten ontstaan. Direct na het eten of pas uren later? Hoe ziet je ontlasting eruit? Hoe vaak ga je? Zijn er voedingsmiddelen of hoeveelheden die steeds terugkomen? Hoeveel beweeg je? Hoe slaap je? En zijn je klachten anders in periodes waarin je veel stress ervaart?
Verander vervolgens niet alles tegelijk.
Als je tegelijkertijd stopt met gluten, zuivel en koffie, begint met drie supplementen én je vezelinname verdubbelt, weet je uiteindelijk nog steeds niet waar je lichaam op reageert.
Eén verandering tegelijk geeft veel meer informatie.
PDS betekent niet dat je niets meer kunt doen
Een diagnose PDS kan juist duidelijkheid geven. Het is een erkende aandoening waarvoor verschillende behandelopties bestaan.
Maar het hoeft ook niet het einde van het gesprek te zijn.
Blijf je veel klachten houden? Dan vind ik het belangrijk om opnieuw naar het geheel te kijken: je voeding en ontlasting, maar ook je medische voorgeschiedenis, medicatie, slaap, stress, beweging en eventuele eerdere onderzoeken.
Soms blijkt dat er in de basis nog veel winst te behalen is. Soms is gerichter onderzoek verstandig. En soms past het beeld inderdaad heel duidelijk bij PDS en richten we ons vooral op het verminderen van klachten en het weer uitbreiden van de voedingsvrijheid.
Het doel is niet om koste wat kost een verborgen oorzaak te vinden.
Het doel is dat jij je darmen beter begrijpt en weet wat je kunt doen om meer rust te krijgen.
Blijf je rondlopen met darmklachten?
Heb je de diagnose PDS gekregen of herken je veel van bovenstaande klachten en wil je weten waar voor jou nog winst te behalen is?
Binnen mijn darmtherapie kijk ik uitgebreid naar je klachten, voeding, ontlasting en leefstijl. Waar daar aanleiding voor is, bespreken we of aanvullend onderzoek waardevol kan zijn.
Niet zomaar steeds meer voedingsmiddelen weglaten, maar stap voor stap ontdekken wat jouw buik nodig heeft.
Bronnen
- National Institute for Health and Care Excellence (NICE). Irritable bowel syndrome in adults: diagnosis and management (CG61). Adviezen over diagnostiek, voeding, vezels, beweging, medicatie en psychologische interventies.
- NICE. Irritable bowel syndrome in adults – Quality statement 3: Dietary management. Over specialistische voedingsbegeleiding en onder andere tijdelijke eliminatie en herintroductie bij een low-FODMAP-aanpak.
- NHS. Diet, lifestyle and medicines for IBS. Praktische informatie over voeding, beweging, leefstijl en symptoommanagement bij PDS.
- American College of Gastroenterology. IBS Treatment – Low-FODMAP diet. ACG noemt een beperkte low-FODMAP-interventie als mogelijke behandeling voor algemene PDS-klachten, met een lage zekerheid van bewijs.
- American College of Gastroenterology. IBS Treatment – Peppermint Oil. Pepermuntolie wordt als mogelijke optie genoemd voor algemene symptoomverbetering; aanbeveling is zwak en de kwaliteit van bewijs laag.


